Afwateringsniveaus
Het onderscheid tussen afvoeren met 1 of 2 afwateringsniveaus wordt vooral gemaakt bij de balkonafwatering voor de verschillende balkonopbouwen. Niet te verwarren met Tweedelige uitvoering.
1 Afwateringsniveau
Bij de afwatering in één afwateringsniveau wordt het regenwater uitsluitend vanaf één niveau afgevoerd, bijvoorbeeld via de tegel- of plaatbedekking die in een mortelbed op een afdichtingsbaan is gelegd. Een balkonafwatering in één niveau wordt ook toegepast bij balkonplaten van geprefabriceerde betonelementen van waterdicht beton, die meestal geen verdere opbouw zoals tegels in een mortelbed krijgen. Bij plaatbedekking op steunlagers kan de afwatering ook uitsluitend in één niveau onder de platen plaatsvinden, mits de plaatafstanden een voldoende afvoer van het regenwater via de voegen waarborgen.
2 Afwateringsniveaus
Een afwatering in twee niveaus - een bovenste en een onderste afwateringsniveau - wordt bijvoorbeeld toegepast bij balkons met plaatbedekking in een legbed van grind, split e.d. of op steunlagers. Het regenwater dat via niet doelbewust gesloten voegen bij het leggen van de platen op de afdichtingsbaan terechtkomt, wordt in het onderste afwateringsniveau bij LORO-balkonafwateringen afhankelijk van het afvoertype via afwateringsringen of zeefbuizen naar de afvoer afgevoerd. Om hun werking te waarborgen, moet het legbed in het gebied van de afvoer van grofkorrelig grind worden uitgevoerd.
Afvoercurve bij 2 afwateringsniveaus
Invloed van 2 afwateringsniveaus op de afvoercurve in het LX-gegevensblad
Balkonafvoeren met zeefeenheid en afwateringsring hebben twee afwateringsniveaus: het onderste afwateringsniveau via de afwateringsring ter hoogte van de afdichtingsbaan en het bovenste afwateringsniveau boven de zeefeenheid ter hoogte van de plaatbedekking.
Volgens de norm wordt bij vrije-spiegelstroming de nominale afvoer aangegeven bij een nominale waterhoogte van 35 mm. Gewoonlijk heeft de nominale waterhoogte betrekking op het afdichtingsniveau (onderste afwateringsniveau).
Bij het bekijken van het LX-gegevensblad van balkonafvoeren met zeefeenheid en afwateringsring voor 2 afwateringsniveaus dient er daarom rekening mee te worden gehouden dat bij de nominale waterhoogte van 35 mm alleen het onderste afwateringsniveau via de afwateringsring afvoert.
De afvoer via het bovenste afwateringsniveau vindt bij de systeemtest pas plaats wanneer de waterhoogte boven de hoogte van de zeefeenheid stijgt. In ingebouwde toestand vindt de afvoer echter parallel vanaf het bovenste en onderste afwateringsniveau naar de afvoer plaats, omdat de plaatbedekking de toestroming naar de zeefeenheid vanaf het begin mogelijk maakt.
Voorbeeld
Het hiernaast getoonde voorbeeld LX 962 met een 90 mm hoge zeefeenheid verduidelijkt de invloed op de afvoercurve:
Bij de nominale waterhoogte van 35 mm vindt de afvoer van 1,05 l/s uitsluitend via de afwateringsring plaats.
Boven een waterhoogte van 91 mm vindt de afvoer van 1,8 l/s plaats via de afwateringsring (onderste afwateringsniveau) en bovendien via de bovenste zeef van de zeefeenheid (bovenste afwateringsniveau).