Afwateringsplan

Voor installaties voor de afvoer van hemelwater moet een objectspecifiek bewijs van de werking worden geleverd. Bij de planning van een afwateringsinstallatie moeten de volgende punten conform DIN 1986-100 in acht worden genomen. Op deze pagina vindt u becommentarieerde en met aanvullende links voorziene citaten uit de norm.

Wij ondersteunen u graag bij de balkon- en dakafwatering, neem contact met ons op!

Wat bevat het afwateringsplan volgens DIN 1986-100 hfdst. 5.4.1.1?

  • Rioolkadaster: schaalgetrouw uittreksel met name van de hoogte en ligging van de aansluitriolering.
  • Situatietekening van de grondleidingen met nominale wijdte en afschot, ligging van putten resp. inspectieopeningen met opgave van de hoogtes. Hier wordt de standleiding of de hemelwaterstandpijp aangesloten.
  • Ligging van een eventuele hemelwaterbenuttingsinstallatie met hoogtes van de toe- en afvoer. LORO-X onderdrukstromingssystemen zijn optimaal geschikt voor de gerichte geleiding van het hemelwater naar een hemelwaterbenuttingsinstallatie, omdat de positie van de standleiding dienovereenkomstig kan worden gekozen.
  • Gebouwtekeningen op schaal ≥ 1:100 met weergave van de afwateringsinstallatie.
  • Bruikbaarheidsbewijzen van de toegepaste bouwproducten. Er worden toelatingen en certificaten gebruikt.
  • Bewijs van de dimensionering van de afwateringsinstallatie. Er worden gemeten LX-datasheets en berekeningen als prestatiebewijs gebruikt.
  • Bij gebouwen met meerdere verdiepingen met standleidingen ≥ 10 m: plattegronden, doorsneden, dakaanzichten met hoogteopgaven van de afwateringslaagtepunten, weergave van alle verzamel-, stand- en grondleidingen met nominale wijdtes (DN) en afschot, inclusief de ontluchtingsleidingen en eventueel beluchtingsventielen.

Verdere gegevens

  • Aard en doel van het bouwproject.
  • Kadasterkaart en eigendomsbewijs.
  • Situatietekening met perceelgrenzen, bouwkundige installaties, te beschermen bomenbestand, verharde erf- en wegoppervlakken, afwateringsgoten en aangrenzende oppervlakken met hoogteligging en opgave van de laagtepunten.
  • Hoogteopgaven van de afgewerkte vloeren op de begane grond.
  • Afvalwaterpompinstallaties en/of andere voorzieningen voor terugstuwbeveiliging.

Afwateringsplan voor oppervlakken boven 800 m2

Bij een afvoerwerkzaam oppervlak > 800 m2 zijn aanvullend op de in 5.4.1.1 genoemde ontwerpgrondslagen de volgende gegevens vereist (DIN 1986-100 hfdst. 5.4.1.3):

  • (Deel)oppervlakken: weergave van de afvoerwerkzame oppervlakken met hoogteopgaven van de afwateringslaagtepunten en eventueel van de hemelwaterretentie.
  • Afwateringsberekening: ontwerpregenintensiteiten en afvoercoëfficiënten.
  • Noodafwatering: ligging van de noodafwatering met afvoer naar buiten.
  • Materiaalkeuze: bijv. thermisch verzinkt staal met bouwstofklasse A1, niet-brandbaar.
  • Gegevens over de toelaatbare statische belastingen van het dak. Hieruit volgt de maximaal toelaatbare waterhoogte, in het bijzonder bij het functioneren van de noodafwatering.
  • Bijzonderheden over de dakopbouw alsmede de afdichting en materialen.
  • Infiltratie volgens DWA-A 138 en met inachtneming van DWA-M 153.
  • Retentie en gesmoorde afvoer (retentie). Beperking van de volumestroom voor de lozing in de openbare afwaterinstallaties of een watergang.
  • Afvoermogelijkheid van drainagewater.
  • Opbouw van de geplande dakbegroeiing.
  • Gegevens over het hemelwaterbeheer.
  • Gegevens over grondgebruik en waterscheidingen.
  • Behandelingsmaatregelen voor verontreinigd hemelwater.